Diversiteit in Raden van Toezicht - Deel 3: Van buiten naar binnen

Onlangs las ik een korte toelichting op een aanstaande lezing van Mary De Gaay Fortman. Zij is onder meer commissaris bij De Nederlandse Bank en KLM, en partner van advocatenkantoor Houthoff.

Zij stelt dat diversiteit in de organisatie noodzakelijk is om met de huidige werkelijkheid om te gaan en hoe je daar in de praktijk van bestuur en toezicht effectief invulling aan geeft. Om als organisatie in te kunnen spelen op de turbulente buitenwereld heb je niet één, maar meerdere antennes nodig, meent zij. Mensen met verschillende achtergronden die verschillende dingen op tijd zien. Mensen die het dus ook niet altijd met elkaar eens zijn. Dat is spannend en niet gemakkelijk, maar essentieel om te overleven in de huidige tijd. Of zoals Darwin het zei: ‘It is not the strongest of the species that survives, nor the most intelligent; it is the one most adaptable to change’.

Ook deze invalshoek, ik noem hem: “van buiten naar binnen” is dus een aspect van diversiteit op het gebied van toezichthouden.

Zeker bij organisaties in de semi-publieke sector, maar eigenlijk ook steeds meer in de private sector, zou het toezichthoudend orgaan de rol van de organisatie in de samenleving als belangrijk aandachtspunt moeten zien. Maar nog te vaak zien we echter dat de blik “van buiten, naar binnen” weinig bij de leden van de Raad van Toezicht is belegd. Vragen zoals “In hoeverre wordt de maatschappelijke doelstelling van onze stichting voldoende ingevuld?” of “Nemen wij wel voldoende maatschappelijke verantwoordelijkheid en zijn we daar transparant in?” en “Volgen we het politieke en maatschappelijke debat over de sector waar wij in actief zijn en waar moeten we dan rekening mee houden?” komen nog niet vanzelfsprekend op de agenda van het overleg tussen bestuurders en toezichthouders.

In een wereld waar tegenwoordig echter een tweet voldoende kan zijn om een groot schandaal te weeg te brengen, of die tweet nu de waarheid is of niet, is één van de grootste risico’s voor een organisatie van deze tijd. Reputatieschade, verlies van aandeelhouderswaarde, maar ook van klanten, cliënten en/of leerlingen. U kent er vast wel recente voorbeelden van.

Het beleggen van deze ‘van buiten naar binnen’ rol in de Raad van Toezicht is daarom belangrijk. Zeker, in eerste instantie is dit een verantwoordelijkheid voor de bestuurder, maar dat alleen is in mijn ogen niet voldoende. Daar waar maatschappelijke verontwaardiging ontstaat, worden ook toezichthouders ter verantwoording geroepen. Dan kun je de discussie over dit punt maar beter ook al intern gevoerd hebben en weten wat het antwoord is dat je hierop wilt geven. In dit kader betekent diversiteit dus ook dat je mensen met verschillende ‘antennes’ in de Raad van Toezicht nodig hebt om dit ‘van buiten naar binnen perspectief’ op een goede manier in te vullen.

 Lees ook deel 1 >>

 Lees ook deel 2 >>

Auteur(s):

Karin Straus